Angst is de oudste architect van macht
- Mark Doorn

- 2 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Ik merk het in gesprekken. Aan tafels waar het over politiek gaat. In zalen waar mensen zich zorgen maken over “de tijd waarin we leven”. Op social media waar elk incident onmiddellijk een bewijs wordt dat “het systeem wankelt”. Daar zit een ondertoon in. Een verlangen naar stevigheid. Naar iemand die het overzicht bewaart. Naar een hand die ingrijpt.

We zeggen dat we gelijkheid belangrijk vinden. Maar zodra het spannend wordt, kiezen we veiligheid. Misschien is ongelijkheid niet in de eerste plaats geboren uit hebzucht. Misschien is zij geboren uit angst.
In de middeleeuwen zochten boeren bescherming bij een heer. Niet omdat ze graag ondergeschikt waren, maar omdat de wereld gevaarlijk was. Een burcht gaf rust. Een gewapende ridder gaf zekerheid. Ze leverden een deel van hun oogst in – in ruil voor bescherming. Dat patroon is nooit verdwenen.
Elke elite legitimeert zichzelf met dezelfde belofte: wij zorgen voor stabiliteit. Of het nu een koning is, een regeringsleider, een veiligheidsapparaat of een economische bovenlaag – de ruil is subtiel, maar herkenbaar. Jullie leveren een deel van jullie autonomie in, wij leveren orde. Jullie accepteren concentratie van macht, wij garanderen dat het niet uit de hand loopt.
En wij knikken, want het alternatief is ongemakkelijk. Wat als er niemand boven staat? Wat als controle verdwijnt? Wat als de grenzen poreus worden, de economie wankelt, de straat onveilig voelt? Misschien accepteren we ongelijkheid niet omdat we haar rechtvaardig vinden, maar omdat we denken dat zij ons beschermt tegen iets ergers.
Dat is de paradox. We concentreren macht om rust te creëren, maar die concentratie vergroot afstand en die afstand voedt nieuwe onzekerheid. Angst creëert macht – macht creëert ongelijkheid – ongelijkheid creëert nieuwe angst.
Misschien reageren wij, als mens, primair vanuit één impuls: behoudt wat je hebt. Bescherm je veiligheid. Sluit het risico uit. Maar wat als onze behoefte aan veiligheid juist het mechanisme in stand houdt dat ons uit elkaar drijft?
En dan komt de vraag die ik mezelf steeds vaker stel: Hoeveel ongelijkheid zijn wij bereid te accepteren, zolang we denken dat het ons beschermt? En belangrijker nog – wat gebeurt er als we ontdekken dat die bescherming misschien een illusie is?

Opmerkingen